Home                                                                                                                             

 

 

Dr. J.H. HALBERTSMA ALS SCHRIJVER VAN HET OERA LINDA BOEK

 

Het uitgangspunt van deze website is, dat de tekst van het Oera Linda Boek is geschreven door Dr. J.H. Halbertsma (1789-1869) en dat deze ook zelf het juulschrift heeft ontworpen.

 

De toepassing van het juulschrift op het hele boek is dan het werk geweest van Cornelis over de Linden en zijn compagnon Ernest Stadermann, beiden werkzaam op Rijksmarinewerf te Den Helder en zelfs buren. 

 

Halbertsma is dan verantwoordelijk voor de mystificatie, Over de Linden en Stadermann voor het bedrog.

 

Hoe Over de Linden en Stadermann aan de tekst van Halbertsma zijn gekomen kon niet worden opgehelderd. Verondersteld wordt, dat Stadermann die heeft aangetroffen op een van de veilingen van Bom in Amsterdam. Veilingen waren een veilige manier om anonieme werken in omloop te brengen.

 

Dat boekbinder en boekrestaurateur Stadermann, die wegens een Berufsverbot uit Erfurt naar Nederland was uitgeweken, de genius achter het bedrog is geweest, kan worden afgeleid uit het feit, dat Cornelis over de Linden direct na het overlijden van Stadermann naar buiten is gekomen met het Oera Linda Boek, waaraan op dat moment zo'n twintig pagina's ontbraken. Die lagen vermoedelijk buiten bereik van Over de Linden in een palingrokerij te vergelen om ze ouder te laten lijken.

 

De betrokkenheid van Dr. E. Verwijs en Ds. F. Haverschmidt wordt afgewezen, omdat beiden die publiekelijk hebben ontkend en ook op andere wijze niet gebleken is, dat zij een rol zouden hebben gespeeld bij de mystificatie.

 

 

 

 

Over de auteur.

                                                                                                               

'Wij zijn het overblijfsel van een groot en beroemd volk, hetwelk de boorden der Noordzee van de Schelde tot de Jutsche kaap besloeg. Dezelfde plek gronds, dezelfde naam, dezelfde, schoon door de loop der eeuwen noodzakelyk gewyzigde taal, zijn door de lotverwisselingen van meer dan 2000 jaren tot op dit ogenblik in ons bezit gebleven. De colonisten, die van ons uitgingen hebben met hun gebied hunne taal, in den grond onze taal, tot alle hoeken der wereld verspreid. Het zal dat overblijfsel niet tot kinderachtingen hoogmoed worden aangerekend, hopen wij, dat het enigen prijs op zijne afkomst stelt, en op zijne taal, die als een onvermaakbare adelbrief, die afkomst bewijst. De gedenkstukken dier taal uitgevende, hare wetten uitvorschende, die taal, zo als zij nog gesproken wordt, mededelende, zullen wij de eigenaardige liefde tot het vaderlandsche niet alleen botvieren, maar tevens de taalkenners verplichten, dat wij een der oudste takken van den Germaanschen taalstam, tot dus verre zo gebrekkig gekend, volledig in het licht stellen, en alzo het veld hunner blikken in het algemeen verwijdende, tevens die taal, die van alle talen het meest en verst over de aarde verspreid is, in hare eerste en zuiverste gronden blootleggen.' J.H. Halbertsma. In: Programma voor Frieslands Kabinet van Oudheden, 1855a, pp. 12- 14.

 

Onder deze volken tusschen de Elbe en den hoek van Jutland zat de onrust van het Friesche uurwerk. Het verholen vuur, de koenheid en de onderneemzucht van het Friesche karakter was hier als in een gemeen brandpunt vergaderd. Van hier heeft zich ons geslacht het eerst ter zee uitgebreid, en door zijne ingeschapene liefde tot vrijheid en vaderland, namen van dezelfde betekenis, ene meerderheid in beschaving en regeerkunst verkregen, die met altoos aandringende en groeiende veerkracht over het lot van twee werelddelen Europa en Amerika tegelijk beslist. Waar het Anglo-Friesche ras regeert, regeert ook de Anglo-Friesche taal. En aan wat hoek van den aardkloot regeert dat geslacht niet?’ In Tresoar 122 Hs, pp. 4-5.

 

Over ‘taalkundigen’: Van het oogenblik, dat men uit de tongvallen gekozen had, dien men tot algemeene landstaal en boekentaal wilde verheffen, wierpen er zich halve en quartgeleerden op, die zich het regt aanmatigden en ook verwierven, om de natie voor te schrijven, hoe zij hare taal te spellen en te spreken had. Dit deden de Johnsons en Walkers in Engeland; dit de academie in Frankrijk, en hier de taal- en letterlievende genootschappen, wier denkbeelden en regels later in een algemeen wetboek, om ieder toch wat te geven, te zamen gehutseld zijn. Op dezen valschen toetsteen toetsen wij de zuiverheid onzer taal. Er is maar één ware toetsteen: de taal van het volk, die door de wijsheid der grammatici nog niet aangeroerd, veel minder gestoord en bedorven is. - HALBERTSMA, Aant. op Spieg. Hist. IV; Inleiding, 41.

 

Halbertsma was geen Friese nationalist, maar een Europeaan en een anglofiel, die pleitte voor het behoud van de Friese identiteit, de Friese taal en de Friese volkscultuur.

 

NB. Joost Halbertsma vertaalde 'Die Ode an die Freude' (tegenwoordig de hymne van Europa), zijn broer Eeltje Halbertsma schreef de tekst voor het Fries Volkslied.

                                                                                                                                                                       

De aanwijzing van Dr. Joost Halbertsma (in samenwerking met zijn broer Eeltje Halbertsma) is tot stand gekomen door het opstellen van een daderprofiel. De premisse van een daderprofiel is dat een schrijver altijd wel zijn vingerafdruk in zijn geschriften na laat, zoals wanneer die anoniem of onder pseudoniem worden gepubliceerd en zelfs wanneer die in een andere taal of oudere taalfase zijn geschreven i.c. in het Oudfries.

 

Het daderprofiel werd ontleend aan de tekst van het Oera Linda Boek en vergeleken met het profiel van Halbertsma, zoals dat naar voren komt in diens eigen publicaties en in geschriften over hem van de hand van andere auteurs zoals de dissertatie van P.A. Jongsma uit 1933 (tekst) , Kent gij Halbertsma van Deventer (1969) en Brekker en bouwer (1969) en Kanttekeningen van Mr. G.J. van der Meij (1978) (tekst). Halbertsma was tegen wil en dank doopsgezind predikant in Deventer. Friesland was voor hem over de Linde. De rivier de Linde vormde de grensscheiding tussen Friesland en Overijssel. 

 

Dat niet al veel eerder aan Halbertsma is gedacht, is omdat die zich nogal afzijdig hield van het Fries Genootschap en juist overleed, toen de discussie over de echtheid van het Oera Linda Boek in die kring in alle hevigheid los barste.  Hij werd zogezegd door de bel gered.

 

We weten, dat Halbertsma zijn broer gevraagd heeft om een deel van hun correspondentie te verbranden. Dit deel zou betrekking kunnen hebben gehad op het Oera Linda Boek.

 

 

                                                                                               

 

 

 

INLEIDING        TEKST :    MS 001-050     MS 051-100     MS 101-150     MS 151-210           VERTALING          ONDERZOEK          PLATTE TEKST          OUDFRIES WOORDENBOEK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rodinbook